Column Rebekka

Wekelijks schrijft Rebekka de Wit een column voor de Belgische krant De Standaard. We delen hier een selectie.

Uitstervende grutto’s, kalfjes zonder moeder: hoe ondraaglijk het geluid van de lente kan zijn

Ineens lag ze daar. Een hommel op de deurmat, zo groot als een duim bijna. Ze vloog niet meer en heel traag stak ze haar gigantische pootjes uit. Ik droeg haar op een plankje naar de plek waar de eerste bloemen waren uitgekomen. Gele bloemen, geen idee welke. Mijn kinderen verscholen zich achter me, bang dat deze hommel zo groot als een duim hen iets zou aandoen. Op een blad van een bodembedekker had ik haar neergezet. Ik boog een bloemetje naar haar toe en toen begon ze als een aangespoelde drenkeling door een soort rietje op haar hoofd te zuigen. Heel haar hoofd zat onder het stuifmeel. Doordat ze zo groot en zo moe was, leek het alsof we dit onder een loep in slow motion zagen. Het was prachtig en dramatisch. Bloem na bloem bogen we naar haar toe. Ze zoog ze allemaal leeg. Of ja, wat doen hommels met bloemen?

Die avond hoorde ik de eerste grutto’s en dacht ik aan wat ik in het boek Wondervogels had gelezen: een grutto-onderzoeker had een broedseizoen lang geluidsopnames gemaakt van de vogels en gemerkt dat één exemplaar zijn eigen naam niet goed kon zeggen. Dat wil zeggen, hij kon het woord grutto niet goed uitspreken, al vliegend door de lucht. Dat seizoen vond hij geen broedpartner en de onderzoeker sloot niet uit dat het te maken had met zijn gekke uitspraak.

Misschien, denk ik nu, waren er eigenlijk maar een paar grutto’s die daadwerkelijk ook ‘grutto’ zeiden, of was ‘grutto’ wat we erin wilden horen, hebben we ze zo genoemd, en kunnen nu heel veel grutto’s ineens hun eigen naam niet uitspreken.

De onderzoeker vertelde ook dat grutto’s intieme geluidjes maken als er kinderen zijn, als er een nest is dus. Alsof het slaapliedjes zijn. Hij kon dat niet bewijzen en wilde er graag onderzoek naar doen, maar wist niet hoe. Wat doe je als wetenschapper met de dingen die je niet kunt bewijzen?

Het moest wel een koningin zijn, las ik later. Die overleven als enige de winter en gaan als ze wakker worden uit hun winterslaap voorjaarsbloeiers zoeken om aan te sterken en een nest te bouwen.

Nadat we haar tien bloemen hadden gevoerd gingen we naar binnen. Toen we buitenkwamen was ze weg.

Lammetjes waren er ook geboren. Bij de boerderij verderop. Kalfjes ook. De pasgeboren kalfjes stonden afgezonderd in een hok, want die melk is voor ons.

Het is een biologisch-dynamische boerderij. Deze lente is er weer een open dag van Staatsbosbeheer, dan kan de boer uitleggen hoe goed deze dieren het hebben.

Als ik die koeien zie, met die grote uiers, moet ik altijd denken aan mijn eigen borsten, net na de bevalling.

Deze koeienmoeders hebben het allermeest voor mij betekend toen ik zelf net moeder werd en ik heb ze eigenlijk nooit écht bedankt. Ze deden het natuurlijk niet uit vrije wil, maar dat neemt niet weg dat ik op z’n minst m’n best kan doen om daar iets tegenover te stellen. Het enige waar ik op kon komen was geen zuivel eten en saxofoon voor ze spelen.

(Koeien houden van saxofoon, heb ik ondervonden.)

Het geluid van kalfjes en lammetjes die afgesloten zijn van hun moeder, van hun groep, is ondraaglijk.

Tel daar het geluid van de uitstervende grutto’s bij op en je hebt geen silent spring, maar een desperate spring. Ik dacht aan die uitspraak van James Baldwin.

“The children are always ours, every single one of them, all over the globe; and I am beginning to suspect that whoever is incapable of recognizing this may be incapable of morality.”

Speenkruid. Dat waren de gele bloemen waar de hommel zich aan had opgetrokken.

20 maart 2026